Van jacht tot veganist

Studies hebben aangetoond dat vegetariërs een sterker immuunsysteem hebben dan vleeseters en dat vleeseters bijna tweemaal zoveel kans hebben om te overlijden aan hartziekten, 60 procent meer kans om te overlijden aan kanker en 30 procent meer kans om te overlijden aan andere ziekten. Consumptie van vlees en zuivelproducten is overtuigend verbonden met diabetes, artritis, osteoporose, verstopte slagaders, obesitas, astma en impotentie.

De geschiedenis van het eten van vlees
Onze voorouders waren overwegend vegetarisch, te oordelen naar de voeding van vergelijkbare mensapen (zoals chimpansees), die voornamelijk op fruit, bladeren en noten leven, met soms stukje (gejaagd) vlees. Nadat onze voorouders de bossen hadden verlaten ten gunste van open graslanden, verhoogden hominidae (mensachtigen) waarschijnlijk het aandeel vlees in hun dieet. Ze zouden op grote kuddes wildbeesten hebben gejaagd.
Aanvankelijk werd vlees rauw geconsumeerd. Ongeveer 200.000 jaar geleden verschenen de eerste nederzettingen en er is genetisch bewijs, dat het menselijk brein veel energie ging verbranden. Door het te koken werd het voedsel malser, waardoor het makkelijker te verteren was. Dankzij de culinaire kunsten had de menselijke darm minder werk te doen en werd hij veel korter dan het spijsverteringsstelsel van een herbivore aap.

Op dit moment lijkt het erop dat onze voorouders gedeeltelijk geïdentificeerd kunnen worden als vleeseters, hoewel ze waarschijnlijk een breed scala aan plantaardig voedsel bleven eten. Met een verhoogd energieverbruik in de hersenen werden we plotseling een stuk slimmer. Het belangrijkste bewijs hiervoor is dat onze voorouders hun toolkit hebben verfijnd tot de efficiënte technologie voor het doden op een afstand, die vele grote prooidiersoorten wereldwijd tot uitsterven heeft gedreven (een gebeurtenis die bekend staat als de overkill van het Pleistoceen). Overal waar mensen migreerden, volgde al snel het uitsterven van veel grote prooidieren.
Ervan uitgaande dat de mens hiervoor verantwoordelijk was, moeten onze voorouders heel wat vlees hebben gegeten. Door schaarste zijn ze uiteindelijk overgegaan van prooidieren naar landbouw en veeteelt om uithongering te voorkomen.
Tegenwoordig neemt vlees een speciale plaats in bij de voeding, omdat het in veel samenlevingen de voorkeur geniet, Ook neemt het een prominente plaats in tijdens vieringen zoals Thanksgiving-kalkoen en varkensfeesten die de Enga van Nieuw-Guinea nuttigen, voordat ze oorlog gingen voeren.

Vleesbehoefte en voedingsdeficiëntie
We kunnen aannemen dat vlees een belangrijk onderdeel was van het dieet tot aan de landbouwrevolutie, toen mensen erg op een klein aantal graangewassen, zoals tarwe en rijst, gingen vertrouwen. Het directe gevolg van deze dieetverschuiving was een afname van de gezondheid en de levensverwachting. Vroege landbouwers waren korter van gestalte en hadden een lagere levensverwachting in vergelijking met hun voorouders. Het lijkt waarschijnlijk dat hun gezondheidsproblemen meer werden veroorzaakt door een afname van de voedingsvariëteit dan door het verlies van vlees als zodanig.
Er is een voortdurende controverse over de adequaatheid van vegetarische diëten. Hoewel veganisten – die vlees, eieren en vis vermijden – een risico lopen op problemen met de voedingstekorten, zijn de meeste experts het erover eens dat een verstandige keuze aan voedsel de problemen kan verlichten. Dus, gebrek aan calcium kan worden aangepakt door het nuttigen van melk(producten), groenten, noten, peulvruchten of tofu bijvoorbeeld. Een tekort aan vitamine B12 kan bloedarmoede en zenuwbeschadiging veroorzaken, maar kan gemakkelijk worden aangepakt door supplementen in te nemen. Het is van zeer groot belang dat veganisten hun B12 niveau in de gaten houden door dit geregeld te laten controleren. Als de MMA (methylmalonzuur) verhoogf is, dan is er een B12 tekort!
In het algemeen zijn hedendaagse vegetariërs net zo gezond als hun vleesetende tegenhangers en hebben ze zelfs een mindere kans op hartziekten.

Vlees als een verslaving?
Ondanks het beperkte bewijs van de voedingsbehoefte voor vlees, gedragen mensen zich heel erg alsof het een essentieel onderdeel van het dieet is. In verschillende publicaties wordt betoogd dat mensen geobsedeerd zijn door vlees, omdat in veel talen onderscheid wordt gemaakt tussen honger in het algemeen en vleesonthouding.
Dus mensen met veel plantaardig voedsel ervaren “vleesbehoefte.” Om die reden hebben Afrikaanse bosbewoners, die grotendeels van de jacht leven, moeite om een dieet te aanvaarden dat gedomineerd wordt door granen en groenten.
Mensen zijn verslaafd aan vlees, vanwege de smaakeigenschappen die verschillende smaken combineren, hartig, zout, zoet, zuur, bitter en de kenmerkende smaak van aangebraden vetten.
Vleesbehoefte wordt ongetwijfeld beheerst door de zintuiglijke geneugten van het eten van dierlijk voedsel. Waarom zijn mensen zo geobsedeerd door vlees als plantaardig voedsel vergelijkbare voedingsstoffen oplevert? Een oude theorie, ontwikkeld door antropoloog Marvin Harris is, dat mensen die in een eiwitarme omgeving leven, waarde hechten aan vlees, omdat het de snelste manier is om een gebalanceerd dieet te krijgen. Vandaar het fenomeen van inheemse mensen, die goed worden gevoed met voedsel zoals bananen en een krachtig gevoel van ontbering ervaren.

Tot slot
In plaats van op groot wild te jagen, zouden inheemse volken in theorie kunnen zoeken naar alternatieve eiwitbronnen, zoals noten, peulvruchten of paddenstoelen. Het probleem is echter, dat dergelijke voedingsmiddelen het grootste deel van het jaar niet aanwezig zijn, zodat voedsel via de jacht een snelle oplossing kan zijn voor tekorten aan eiwitten en andere essentiële voedingsstoffen.
Natuurlijk is een oplossing, die werkte voor onze verre voorouders, mogelijk niet op hun plaats in een wereld waar de planeet overbevolkt is, zodat de vleesproductie een druk is op de wereldwijde hulpbronnen. In de huidige omgeving is het zinvoller om onze verlangens te bevredigen met ingenieus ontwikkelde alternatieven, zoals sojavlees.