Menu

Een diploma moet bewijzen dat iemand zijn vak beheerst, niet dat hij één generiek examen heeft overleefd.

Door Koos Dirkse

Nederland kampt met een groeiend tekort aan zorgpersoneel. Al jaren waarschuwen overheid, werkgevers, zorginstellingen en onderwijsorganisaties dat de druk op de gezondheidszorg onhoudbaar dreigt te worden. De vergrijzing zet door, de zorgvraag neemt toe en de komende jaren zijn tienduizenden extra zorgprofessionals nodig om de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg op peil te houden. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk dat goed opgeleide mbo-studenten hun diploma mislopen omdat zij niet slagen voor één verplicht examen: de generieke rekentoets. Dat roept een fundamentele vraag op. Dient deze toets nog het doel waarvoor zij ooit is ingevoerd, of is zij uitgegroeid tot een bureaucratische drempel die talentvolle zorgverleners onnodig buiten het beroep houdt?

Rekenen is essentieel, maar de toets moet wel relevant zijn

Laat één misverstand direct uit de weg worden geruimd: rekenen is onmisbaar in de gezondheidszorg. Verpleegkundigen moeten medicijndoseringen correct berekenen, infuuspompen instellen en meetwaarden kunnen interpreteren. Fouten kunnen ernstige gevolgen hebben. Niemand pleit ervoor die verantwoordelijkheid te bagatelliseren. De discussie gaat dan ook niet over het belang van rekenen, maar over de vraag of de huidige rekentoets daadwerkelijk meet wat een toekomstige zorgprofessional in de praktijk moet beheersen.

Een diploma binnen handbereik

Een voorbeeld uit mijn directe omgeving maakt duidelijk hoe schrijnend de situatie kan zijn. Een 23-jarige student rondde een mbo-4-opleiding in de zorg succesvol af. Hij behaalde alle beroepsvakken, doorliep zijn stages met uitstekende beoordelingen en werd door praktijkbegeleiders gezien als een betrokken en deskundige toekomstige zorgverlener. Alles wijst erop dat hij morgen verantwoord in de zorg aan de slag kan.

Toch ontvangt hij geen diploma. Niet omdat zijn vakkennis tekortschiet. Niet omdat hij onvoldoende functioneert. Niet omdat hij een risico vormt voor patiënten. Maar uitsluitend omdat hij herhaaldelijk zakt voor de verplichte rekentoets.

Na meerdere pogingen volgde hij een intensieve examentraining. Van de 25 deelnemers slaagden uiteindelijk slechts vier. Dat betekent dat 84 procent opnieuw zakte. Wanneer zulke resultaten incidenteel voorkomen, kan dat aan individuele studenten liggen. Maar wanneer dergelijke signalen op meerdere plaatsen worden gehoord, is een andere vraag gerechtvaardigd: is het examen nog wel in verhouding tot wat ervan verwacht mag worden?

Wanneer wordt een examen een hindernisbaan?

Een examen hoort vast te stellen of iemand over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om een beroep verantwoord uit te oefenen. Het mag geen selectiewedstrijd worden waarin studenten stranden op onderdelen die slechts beperkt verband houden met hun toekomstige werkzaamhedenVeel mbo-studenten geven aan dat zij tijdens het examen vooral worden gehinderd door tijdsdruk, ingewikkelde vraagstellingen en opdrachten die volgens hen onvoldoende aansluiten bij de lessen die zij hebben gevolgd. Daardoor wordt niet alleen de rekenvaardigheid getoetst, maar ook taalbegrip, interpretatievermogen en examenstrategie.

Dat roept de vraag op of de toets nog wel meet waarvoor zij bedoeld is. Wie jarenlang succesvol onderwijs heeft gevolgd, alle praktijkopdrachten heeft afgerond en door stagebegeleiders geschikt wordt geacht voor het beroep, zou niet alsnog moeten stranden op een generieke toets die onvoldoende aansluit bij de beroepspraktijk.

De prijs van één examen

De gevolgen reiken verder dan de student alleen. Voor de student betekent het uitstel van een diploma, een baan, een inkomen en een zelfstandige toekomst. Voor de zorg betekent het opnieuw een lege vacature op een afdeling waar de werkdruk vaak al hoog is. Voor de samenleving betekent het dat miljoenen euro’s aan opleidingskosten onvoldoende renderen, terwijl patiënten langer moeten wachten op zorg. Iedere student die onnodig vertraging oploopt, vergroot het personeelstekort. Iedere gemotiveerde zorgverlener die thuis zit omdat één examen in de weg staat, is een verlies voor collega’s, patiënten én belastingbetalers.

Een systeem dat zichzelf tegenwerkt

Nederland investeert jaarlijks grote bedragen in het opleiden van zorgprofessionals. Docenten, stagebegeleiders en zorginstellingen begeleiden studenten jarenlang naar een beroep waarvoor dringend behoefte bestaat.

Om vervolgens te zeggen: “U bent geschikt om patiënten te verzorgen. U bent geschikt om medicijnen toe te dienen. U bent geschikt om verantwoordelijkheid te dragen in de dagelijkse zorg. Maar u krijgt geen diploma omdat u niet slaagt voor een generieke rekentoets.”

Dat is een boodschap die steeds moeilijker uit te leggen is.

Tijd voor een eerlijke discussie

Niemand bepleit het afschaffen van rekenen binnen het mbo. Integendeel. Maar het is wel gerechtvaardigd om te vragen of de huidige toetsvorm nog aansluit bij de praktijk. Waarom wordt rekenen niet veel sterker geïntegreerd in beroepssituaties waarmee studenten dagelijks worden geconfronteerd? Waarom wegen jarenlange praktijkervaring, positieve stagebeoordelingen en aantoonbare vakbekwaamheid uiteindelijk minder zwaar dan één generiek examen?

Dat zijn vragen die het onderwijs en de politiek zich serieus zouden moeten stellen.

Tijd voor onafhankelijk onderzoek

Wanneer een examen structureel leidt tot grote aantallen gezakte kandidaten, is het onvoldoende om uitsluitend naar de studenten te wijzen. Ook het examen zelf verdient een kritische evaluatie. Daarom is een onafhankelijk onderzoek nodig naar de moeilijkheidsgraad van de mbo-rekentoetsen, de beschikbare examentijd, de aansluiting tussen onderwijs en examinering en de relatie met de dagelijkse beroepspraktijk. Onderwijs moet kwaliteit bewaken. Maar kwaliteit betekent niet dat examens zo moeilijk mogelijk moeten zijn. Kwaliteit betekent dat examens eerlijk, valide en relevant zijn. Dat zij toetsen wat toekomstige beroepsbeoefenaren werkelijk moeten kunnen. En dat zij gemotiveerde studenten niet onnodig uitsluiten van een beroep waarin zij harder nodig zijn dan ooit.

De vraag die telt

Misschien moeten we onszelf uiteindelijk slechts één vraag stellen. Wat heeft de samenleving meer nodig?

Een jonge zorgprofessional die in de praktijk heeft bewezen het vak te beheersen, verantwoordelijkheid neemt en uitstekend met patiënten omgaat…

…of een onvervulde vacature omdat diezelfde zorgprofessional struikelde over één generieke rekentoets?

Het antwoord lijkt voor de hand te liggen. Laten we er dan ook naar handelen.


 

Koos Dirkse