Menu

Stop met schuilen achter ‘Europese regelgeving’

Nederland is verzeild geraakt in een bestuurlijke reflex die zich diep in ons systeem heeft genesteld: zodra een instantie onder druk komt te staan, zodra een bestuurder het antwoord schuldig blijft, zodra een woordvoerder het even niet meer weet, grijpt men naar dezelfde dooddoener.
“Volgens Europese regelgeving…”

Het is een stoplap die elk gesprek smoort. Een verdovend zinnetje dat verantwoordelijkheid oplost als suiker in thee. Zodra “Europa” wordt ingeroepen, is elke nuance overbodig, elke menselijke afweging irrelevant en elke tegenvraag ongewenst. Want ja, als Europa het zegt, wat kunnen wij dan nog?

Die houding is niet alleen feitelijk onjuist, ze is gemakzuchtig, ontwijkend en, eerlijk gezegd, gewoon laf!

Nederland is geen machteloos provinciehoekje in een log Europees keizerrijk. Nederlandse ministers onderhandelen, stemmen mee, wijzigen teksten, stellen voorwaarden en knikken vervolgens goedkeurend bij het eindresultaat. Thuis wordt dat verkocht als een gezamenlijk gedragen afspraak. Maar zodra deze regels toegepast moeten worden, is er opeens niemand die zich verantwoordelijk voelt. Dan is “Brussel” ineens een boeman, een anonieme dwingeland die iets oplegt waar wij zogenaamd slechts slachtoffer van zijn.

Het is politiek theater van het meest doorzichtige soort.

Want laten we eerlijk zijn: Europese regels worden in Nederland vaak niet gebruikt om burgers te beschermen, transparantie te vergroten of beleid te verduidelijken. Ze worden gebruikt als smoke screen. Als een excuus om geen gesprek te hoeven voeren, geen uitleg te hoeven geven en vooral geen eigen kleur te hoeven bekennen.

Een burger heeft een vraag of loopt vast in de bureaucratie?
“Ja, jammer mevrouw, Europese regels.”

Een beslissing moet worden herzien, aangescherpt of menselijker gemaakt?
“Wij zouden dat graag willen, maar Brussel laat het niet toe.”

Het is de moderne variant van Pontius Pilatus, maar dan met bureaucratische handzeep en een glimlach van procedurele onschuld.

En precies dát is gevaarlijk.
Want zo ondergraaf je de democratie, niet door kwaadwillende Brusselse technocraten, maar door Nederlandse bestuurders die weigeren uit te leggen wat wél kan, wat wél mag en waar zij zelf simpelweg niet de moed hebben om voor te gaan staan.

Het voedt cynisme. Het wekt de indruk dat we niets meer te zeggen hebben. Dat besluiten elders worden genomen door mensen die wij nooit hebben gekozen, terwijl onze eigen ministers en bestuurders zich verschuilen als figuranten in hun eigen beleidsdomein.

Maar de waarheid is duidelijker dan het hen lief is: Er is bijna altijd ruimte. En wie die ruimte niet gebruikt, kiest daar zélf voor.

Het is tijd om dat luidop te zeggen. Tijd dat bestuurders stoppen met dit mechanische, halfslachtige verwijzen naar “Europese regelgeving”.
Tijd dat zij de moed tonen om een besluit te verdedigen, of om eerlijk te zeggen dat ze het niet wíllen, in plaats van dat ze het niet mogen.

Europa is geen schild. Het is geen externe vijand. Het is een politieke keuze waaraan Nederland actief meeschrijft.
En wie zich achter die keuze blijft verschuilen, toont vooral aan niet geschikt te zijn om haar te dragen.

Koos Dirkse